Volgens de rechtbank is het slachtoffer door het handelen van de verdachte beroofd van zijn meest kostbare bezit: zijn leven. Met de dood van Luca is de nabestaanden, vrienden en kennissen onherstelbaar leed aangedaan en werd Voorschoten diep geschokt. Dat onpeilbare verdriet werd tijdens de zitting invoelbaar verwoord door familieleden die gebruikmaakten van hun spreekrecht. De impact is des te groter omdat Luca een jonge man was, in de bloei van zijn leven.

De verdachte verklaarde dat hij de dag vóór het incident alcohol had gedronken en cocaïne had gebruikt. Rond middernacht belandde hij bij buren, waar hij opnieuw alcohol dronk en cocaïne gebruikte. Hij stelde dat hij zich in de gang plotseling overvallen waande en in paniek om zich heen heeft gestoken. Van het incident zijn geen getuigen.

De rechtbank oordeelde dat de man zwaar onder invloed verkeerde en over zijn herinneringen wisselend heeft verklaard. Bovendien sloten zijn verwondingen niet aan bij het verhaal van zelfverdediging. Die bleken te zijn ontstaan toen hij zich enkele uren later in Leiden heftig verzette bij zijn aanhouding.

Deskundigen, onder wie een psychiater en een psycholoog, constateerden bij E.E. een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische kenmerken. Zonder behandeling is de kans op herhaling hoog; een intensieve en langdurige behandeling is noodzakelijk. Het advies tot tbs met dwangverpleging is door de rechtbank overgenomen.

Bij het bepalen van de straf woog mee dat E.E. eerder is veroordeeld voor (ernstige) geweldsdelicten, waaronder tweemaal een poging tot doodslag. Daarnaast liet hij het slachtoffer zwaargewond en hulpeloos achter. Ook rekende de rechtbank het hem aan dat hij de nabestaanden extra leed bezorgde door Luca in een kwaad daglicht te plaatsen met de stelling dat hij zou zijn aangevallen.

De rechtbank achtte een gevangenisstraf van 16 jaar passend en geboden, naast tbs met dwangverpleging. Daarnaast moet de verdachte aan de nabestaanden een schadevergoeding betalen van ruim € 61.000,-.